STAP VOOR STAP
Kies eerst een situatie. Daarna speel je zelf, met korte uitleg bij elke keuze.
Jij en Petra zijn een team. Geen klok: jij bepaalt het tempo.
De kaarten worden klaargelegd…
Van hoog naar laag:
Boer → 9 → Aas → 10 → Heer → Vrouw → 8 → 7
De troefboer wint van de troefaas. De troefnegen ook!
Aas → 10 → Heer → Vrouw → Boer → 9 → 8 → 7
Hier is de aas wél het hoogst. Een gewone boer is lager dan de aas, tien, heer en vrouw.
Elke troef is hoger dan een kaart van een andere kleur, maar je moet eerst kleur bekennen als je die nog hebt.
Hoogte bepaalt wie de slag wint. Punten tel je na de slag: troefboer 20, troefnegen 14, aas 11. De 8 en 7 hebben allebei 0 punten, maar de 8 is hoger.
Kleur bekennen moet. Is troef gevraagd, dan moet je overtroeven als je kunt, ook over je maat. Is een andere kleur gevraagd, kun je die niet bekennen en wint je maat, dan hoef je niet te troeven. Wint de tegenpartij, dan moet je in- of overtroeven als je kunt. Ondertroeven mag alleen als je geen andere toegestane kaart hebt.
Gewone volgorde: aas, tien, heer, vrouw, boer, negen, acht, zeven. Troefvolgorde: boer, negen, aas, tien, heer, vrouw, acht, zeven.
De laatste slag geeft 10 extra: samen 162 kaartpunten. Drie opeenvolgende kaarten in één kleur geven 20 roem, vier geven 50. Vier gelijke kaarten vanaf de tien geven 100; troefheer en troefvrouw samen 20 extra. Alle acht slagen: 100 extra. De partij die troef koos moet inclusief roem méér punten hebben; anders gaat ze nat en krijgt de tegenpartij alle punten.
Kies een korte praktijksituatie. Je kunt daarna het hele spel uitspelen.